Vocabulum Online Overhoren


Woordenlijst: hoofdstuk 2

Nederlands - Frans

Naam: hoofdstuk 2

Omschrijving:

Toegevoegd op: dinsdag 22 april 2008

Categorie: Basiswoordenschat

 

Primaire taal: Nederlands

Secundaire taal: Frans

 

Aantal keer gedownload: 210

Aantal keer overhoord: 80

 

AddThis Social Bookmark Button
Nederlands Opmerking (Nederlands) Frans Opmerking (Frans)
1 het huis la maison
2 het gebouw le bâtiment
3 de flat l'appartement
4 de kamer la chambre
5 huren louer
6 kopen achteter
7 naar huis gaan rentrer
8 de woonkamer la salle de séjour
9 de slaapkamer la chambre
10 de badkamer la salle de bains
11 de keuken la cuisine
12 de douche la douche
13 het toilet la toilette
14 de deur la porte
15 kloppen frapper
16 de deur dichtdoen fermer la porte
17 aanbellen sonner à la porte
18 de sleutel la clé
19 de grond la terre, le sol
20 het plafond le plafond
21 het dak le toit
22 de trap l'escalier
23 de gang le couloir
24 de lift l'ascenseur
25 de verdieping l'étage
26 op de 3e verdieping au troisième étage
27 de kelder la cave
28 de zolder le grenier
29 het balkon le balcon
30 het terras la terrasse
31 de tuin le jardin
32 de garage le garage
33 koken faire la cuisine
34 de omgeving les environs
35 de streek la région
36 het bos la forêt, le bois
37 het meer le lac
38 de zee la mer
39 de rivier la rivière, le fleuve
40 het eiland l'île
41 het strand la plage
42 de plant la plante
43 de boom l'arbre
44 de bank le banc
45 de geldautomaat le distributeur de billets
46 ik heb pech je suis en panne
47 steil raide
48 vlak plat
49 de rem le frein
50 het wiel la roue
51 wassen laver
52 de vuilnisemmer la poubelle
53 weggooien jeter
54 de overnachting le logement
55 het hotel l'hôtel
56 de camping le camping
57 de tent la tente
58 reserveren réserver
59 de receptie la réception
60 het ontbijt le petit déjeuner
61 volpension pension complète
62 de stad la ville
63 het dorp le village
64 de wijk le quartier
65 op het platteland à la campagne
66 de woonplaats le domicile
67 het raam la fenêtre
68 het raam open doen ouvrir la fenêtre
69 de muur le mur
70 de meubels les meubles
71 de tafel la table
72 de stoel la chaise
73 de kast l'armoire
74 het tapijt le tapis de sol
75 het bed le lit
76 het kussen l'oreiller
77 de verwarming la chauffage
78 de lamp la lampe
79 het licht aan/uitdoen éteindre la lumière
80 de telefoon le téléphone
81 de telefoon gaat le téléphone sonne
82 de koelkast le frigidaire
83 het dier l'animal
84 het weer le temps
85 warm chaud
86 koud froid
87 schoonmaken nettoyer
88 het regent il pleut
89 het sneeuwt il neige
90 het vriest il gèle
91 de zon le soleil
92 het ijzel le verglas
93 het postkantoor le bureau de poste
94 de telefooncel la cabine téléphonique
95 de brievenbus la boîte à lettres
96 het politiebureau le commisariat
97 de politie la gendarmerie, la police
98 het ziekenhuis l'hôpital
99 de brandweer les pompiers
100 het tankstation la station-service
Vocabulum Online Overhoren help

Help voor deze pagina:

Lijsten kopieëren en overnemen

Copyright © 2006 - 2015 Vereyon  |  Twitter  |  Hoogste spaarrente  |  Rente vergelijken